geschiedenis

In de ‘Oprechte Urker’ (de voorloper van het Urkerland) stond op 15 mei 1937 het volgende te lezen:

“Dinsdagavond is een Christelijke Muziekgezelschap opgericht. Dit corps gaat uit van de Chr. Oranjevereniging en de vergadering stond onder leiding van Ds. van Wieringen, voorzitter der Oranjevereniging. Voorloopig hebben zich 23 leden opgegeven waaronder vele leden van Adrianus Valerius. Het oude roemruchte corps is dus voorgoed ontbonden. De heer G. Metz zal als dirigent van het nieuwe corps optreden. Een aanvraag om van de groote zaal der Chr. school gebruik te mogen maken is afgewezen. Het schoolbestuur rekent  blijkbaar niet met de noodzakelijkheid van goede muziek bij kinderfeesten. De zaal van het buurthuis zal thans worden aangevraagd. Nieuwe leden kunnen zich thans nog aanmelden. Hoewel het ons spijt dat Adrianus Valerius het loodje heeft moeten leggen, hopen we toch dat de nieuwe Chr. muziekvereniging nog menig vrolijk feestje mag opluisteren.”

Valerius vierde dus in 2012 haar 75ste verjaardag. “Maar Valerius bestaat toch al veel langer”, zullen kenners van de Urker geschiedenis zeggen? Dat klopt, de vereniging had dat jaar haar 114e verjaardag kunnen vieren.

Al in 1898 werd op Urk namelijk een Christelijke Muziekvereniging Adrianus Valerius opgericht. Wat er precies aan de hand was met dat eerste Valerius zo net voor 1937 is niet bekend en eigenlijk ging Adrianus Valerius naadloos over in het Valerius met de wat kortere naam. Feit blijft dat bij Koninklijk besluit werd vastgelegd dat het huidige Valerius officieel startte op 13 mei 1937.

Een fanfare in stand houden op een eiland waarvan het grootste deel van de mannelijke bevolking op zee zijn brood verdiende was sowieso niet gemakkelijk. Vrouwelijke muzikanten waren taboe in die tijd en dus was men aangewezen op de ‘landmannen’. Ongeveer 40 jaar later pas deden de eerste vrouwelijke muzikanten hun intrede deden bij Valerius.

In dit overzicht nemen we u mee door de geschiedenis van het huidige Valerius. Zover we weten zijn er geen muzikanten uit het oprichtingsjaar nog in leven. De in 2008 overleden bekende Urker dirigent Meindert Kramer wist zich te herinneren dat hij als jongen van 7 jaar in 1937/38 vele malen aan de hand van zijn vader Louwe Kramer de repetities bezocht en dan tussen Luut van Dalfsen en Ab Koffeman (de schilder) mocht zitten. Dit waren de mannen die het zware geschut hanteerden, namelijk de helicon en de bombardon. Luut van Dalfsen fluisterde dan in zijn oor: "Zuun, dat je hoofdje niet breekt van dat zware gedreun". De bekende meester Metz (Gerardus) had toen de leiding en werd opgevolgd door Louwe Kramer wiens kleinzoon met dezelfde naam nu bassist is in de brassband.

Oorlog

Drie jaar na de heroprichting brak de tweede wereldoorlog uit. Wat doe je dan als muziekvereniging wanneer je land door de vijand wordt bezet en deze vijand je verbiedt voor koningin en vaderland te spelen? Valerius kreeg tijdens de oorlog met deze keuze te maken met als resultaat dat zij het laatste concert gaf in augustus 1941.

Wel ging in de oorlog een lang gekoesterde wens in vervulling toen Valerius van een muziekkorps uit Zwaag (NH) een muziektent kon overnemen. Het gevaarte werd naar Urk verscheept en bij secretaris Hendrik Hagedoorn in de timmerschuur opgeslagen. Het was de bedoeling om de muziektent in het voorjaar van 1942 voor Hotel Woudenberg te plaatsen, maar dit werd uiteindelijk pas 19 juni 1945. Het complete oorlogsverhaal van Valerius is te lezen op de site www.urkinoorlogstijd.nl

Bevrijding

Toen de laatste Duitsers op 16 april 1945 Urk hadden verlaten werden op 20 april de leden door dirigent Louwe Kramer bij elkaar geroepen en werden de instrumenten weer tevoorschijn gehaald.

Voor het eerst kwam Valerius in actie op 30 april 1945, de verjaardag van prinses Juliana, daarna op 14 mei bij de terugkeer van Burgemeester Keijzer die in 1944 gevangen was gezet en op 1 en 5 juni werd een rondgang gemaakt met een afdeling Engelse soldaten. Op zondag 10 juni werd gespeeld bij de begrafenis van een Amerikaanse piloot.

Op 28 en 29 juni 1945 werden de officiële bevrijdingsfeesten gehouden. Er waren nog geen uniformen, waardoor men besloot in witte bakkers-, slagers- en kappersjassen aan te treden. Ook Frits Bode, de latere dirigent, was daarbij in zijn eigen bakkersjas aanwezig.

Men smeerde de lippen met kokosvet want die hadden danig te lijden onder het blaasgeweld.

Concoursen

Valerius pakte de draad na de oorlog voortvarend weer op. In 1947 bestond de vereniging 10 jaar en werd in augustus een groot meerdaags muziekconcours op Urk georganiseerd. Wethouder Koffeman was voorzitter van het concours comité en heette op maandagavond het eerste muziekkorps uit Koog Zaandijk welkom dat met een concert het concours opende. In het nieuwe bouwplan waren enkele tenten opgezet en een stuk weide was met vlaggen en lampions omgetoverd in feestterrein. Gedurende drie dagen kwamen niet minder dan 23 muziekkorpsen naar Urk om hun muzikale prestaties door een jury te laten beoordelen. Omdat Urk via de weg nog niet bereikbaar was, kwamen er van alle kanten boten volgeladen met passagiers.

Iedere concoursdag werd geopend met een aubade door alle korpsen bij het Jeugdgebouw. Na een plechtige openingspsalm werd het Wilhelmus gespeeld en tot slot de Generaal Eisenhowermars. Het geheel onder leiding van dirigent Louwe Kramer. Daarna volgde de marswedstrijd in de Prins Hendrikstraat en Torenstraat en ’s middags de concertwedstrijd op het feestterrein. Iedere dag werd afgesloten met een avondconcert door één van de deelnemende korpsen.

Valerius was de eerste concoursdeelnemer in de 4e afdeling en behaalde een eerste prijs met 100 punten!   

Ook in juni 1962 werd door Valerius weer een muziekconcours op Urk georganiseerd. Gedurende twee dagen werden maar liefst 39 korpsen op Urk ontvangen. De organisatie van deze dagen vergde een enorme inzet van Valerius. Het concours werd op vrijdagavond om 19:30 uur door de Hervormde dominee P. Post  geopend en op zaterdagavond om 22:00 uur gesloten door de Gereformeerde dominee H.R. Groeneveld. Valerius stond toen onder leiding van Frits Bode en kwam toen uit in de 1e afdeling fanfare.

In de jaren negentig, toen Valerius onder leiding stond van Klaas de Jong, begon men weer deel te nemen aan concoursen. Altijd wel met een goed resultaat en eerste prijzen, maar de ambitie bij de band lag niet in het bereiken van een hoge divisie of afdeling. Gezellig mooie muziek maken en af en toe een leuk concert geven lag de muzikanten beter dan maandenlang studeren op concourswerken die je daarna nooit meer speelde.

Er zijn betere brassbands dan Valerius die bijna jaarlijks naar concours gaan, maar daarnaast weinig optredens hebben. Jaloers zijn ze als ze de concertagenda van Valerius onder ogen krijgen.   

Uniformen

Voor de oorlog werd er meestal gespeeld in de Urker klederdracht of in nette burgerkleren. Tijdens de bevrijdingsfeesten zoals gezegd in witte bakkersjassen. Na de oorlog werden er witte petten aangeschaft. Hier bleef het bij. Voor de rest van het uniform was geen geld.

Daar kwam in 1957 verandering in toen in augustus van dat jaar burgemeester Schipper tijdens een plechtige bijeenkomst onder grote publieke belangstelling voor het gemeentehuis nieuwe uniformen uitreikte. Voor het eerst in de geschiedenis van de vereniging waren de muzikanten in uniform gestoken, indrukwekkende zwarte pakken van zware stof. Veel leden voelden zich een soort generaal in de nieuwe uniformen en doordat de uniformstof zeer dik was plengden de muzikanten bij warm weer dan ook menig zweetdruppel.

Het uniform kon aangeschaft worden dankzij subsidie en een renteloze lening van de gemeente. 

Na elf jaar waren er geen passende uniformen meer voor nieuwe muzikanten. Omdat het mannenkoor de Urker Zangers nieuwe smokings aanschafte, besloot men de oude over te nemen zodat de band er toch weer een beetje ´uniform´ bij zat. Na een paar jaar waren de smokings echter weer op en was het ook al weer gauw een allegaartje van kledingstukken. Daar kwam eind jaren 80 verandering in toen het bestuur met als voorzitter Jo Gerssen besloot om een nieuw pak aan te schaffen. Opnieuw dankzij sponsoring van een bekende plaatsgenoot konden de muzikanten bij Leendertje Brouwer een net pak aan laten meten. Grijze broek en blauwe blazer. De band zat er weer netjes bij, maar omdat dit uniform een paar jaar later niet meer te krijgen was kwam er ook langzaam de klad in.

In 2002 werd diep in de buidel getast en het huidige tenue aangeschaft, met een garantie dat het minimaal 10 jaar leverbaar zou zijn. De overhemden zijn in 2011 vervangen, maar Marretje Post waakt er nu over en zorgt dat alle muzikanten er piekfijn uitzien.

Drumband

Bij het uitreiken van de nieuwe uniformen in 1957, maakte voorzitter Jo Gerssen in zijn dankwoord de plannen bekend voor het aanschaffen van twaalf dieptrommen en een overslagtrom, met andere woorden; te komen tot de oprichting van een drumband. Dat werd het jaar daarop al gerealiseerd en de trommels aangeschaft. Slagwerkers werden opgeleid en nu hadden de blazers van Valerius tijdens een rondgang ook eens rust. In 1958 begon dus de drumband Valerius die met feestdagen voor de fanfare Valerius uit liep. De drumband en de fanfare groeiden echter uit elkaar. De blazers waren gemiddeld wat ouder en bleven liever zitten, terwijl de jonge slagwerkgroep het liefst de straat op ging. Ook was er nog wel eens verschil van mening wie tijdens een parade de leiding had, Frits Bode voor de fanfare of tambour-maître Bertus (van Flip) ten Napel voor de drumband. Toen de fanfare in 1967 besloot om te schakelen naar een brassband bezetting besloot de drumband dan ook zelfstandig door te gaan onder de naam D.E.V.U. (Door Eendracht Verbonden Urk)

Muziekinstrumenten

Muziekinstrumenten waren en zijn nog steeds heel duur in aanschaf. Vooral als je een kwaliteitsinstrument koopt wat 20 jaar mee moet. Als kleine vereniging is het dan ook haast ondoenlijk om in één keer een hele nieuwe bezetting aan te schaffen. Dankzij een actie onder de bevolking lukte dat in 1957 wel en konden nieuwe muziekinstrumenten aangeschaft worden. In 1967 werden deze toeters vrijwel allemaal weer ingeruild omdat men een andere orkestvorm koos.

De instrumenten uit 1967 waren oerdegelijk en gingen heel lang mee en wellicht spelen sommige leerlingen nu nog op een toeter uit die serie. In de dertig jaar daarna werd af en toe een nieuw instrument gekocht en muzikanten die het zich konden veroorloven kochten zelf een nieuwe toeter. 

In het jaar 2000 was het door schenkingen en leningen weer mogelijk een nieuwe bezetting te kopen. Voor een bedrag van 89.000 gulden werden 18 nieuwe toeters gekocht. Er werd vrijwel niets ingeruild want het aantal leerlingen groeide en die moeten natuurlijk ook een instrument hebben.

Mondjesmaat wordt er nu nog wat aangeschaft omdat de beperkte financiën grote uitgaven niet mogelijk maken. Wel blijft de vraag naar instrumenten groot door de groei van het aantal leerlingen. Valerius hoopt dan ook dat de opbrengst van de collecte groot genoeg is om een aantal leerlingen van een goed instrument te voorzien.

Van fanfare naar brassband

Op 9 mei 1967 loopt het Irene vol met genodigden en belangstellenden. Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, van de kerken en scholen en muziekbond. De vereniging bestaan 30 jaar en besloten is tot een radicale koerswijziging. Besloten is namelijk om van de Hollandse bezetting (fanfare) over te gaan op een brassband bezetting volgens Engelse stijl. Dit besluit is genomen omdat, volgens dirigent Frits Bode, deze klankkleur hem en zijn muzikanten bijzonder aanspreekt. Nog eenmaal wordt het oude instrumentarium gebruikt voor het spelen van enkele koralen, waarna door de heer Van der Glas uit Heerenveen 23 blaasinstrumenten en twee trommen worden overgedragen.     

Spelen in de kerk

Nu is Valerius een graag geziene gast bij Jeugddiensten of Kerstnachtdiensten. Dat is echter wel anders geweest. Tot aan het eind van de jaren zestig was het Valerius niet toegestaan in de kerk te spelen. Met bijzondere diensten kon je wel een koor in de kerk aantreffen en werden één of twee trompetten toegestaan, maar een hele “fanfari” was uit de boze. Toen Valerius in 1968 de Gereformeerde kerkenraad vroeg om een kerstconcert in de Bethelkerk te mogen geven, vonden de meeste kerkenraadleden dit dan ook ontoelaatbaar.

Nogal ontevreden hierover is Valerius toen op kerstavond nabij de ingang van de Bethelkerk voor het oude jeugdgebouw gaan zitten. Terwijl het zachtjes sneeuwde werden kerstliederen gespeeld. De afdekplaat van het biljart uit het Irene was voorzien van twee stokken en door Ab de schilder van een tekst voorzien. Het bord stond achter de muzikanten opgesteld en de bezoekers van de kerstnachtdienst in de Bethelkerk die Valerius passeerden konden lezen;

“Wij mogen door de tempelkoren,
trompetten noch bazuin doen horen.
Aan u de vraag wie zich vergist,
de kerkeraad of de psalmist”

Dit bracht de discussie pas echt op gang met als resultaat dat Valerius het jaar daarop wel mee mocht spelen tijdens de kerstnachtdienst in de Bethelkerk.

Dirigenten

Een professionele dirigent moest in de beginjaren van de vaste wal komen en deze wisselden nogal eens. Daarom stond de vereniging ook vaak onder leiding van een aantal talentvolle plaatsgenoten zoals Gradus Metz, Gerrit Snoek en Louwe Kramer. Verschillende dirigenten werden door de muzikanten "versleten". Van één van hen weet men zich nog te herinneren dat hij met de auto tot aan de Steenbanktocht (vlakbij het huidige Tollebeek) kon komen, waarna hij over een plank naar de overkant moest. Aan de overkant stond een Urker hem met een auto op te wachten om hem naar Valerius te brengen.

Achtereenvolgens kende Valerius de volgende dirigenten; Van Dijk, Jongbloed, Snoek, Van Kalken en na 1937; Metz, Broere, Kramer, Scholten, Londo, Breuker, Pijlman, Bode, De Jong en Scheffer. 

In 1954 nam Frits Bode op 28-jarige leeftijd het dirigeerstokje over. Hij speelde echter al vanaf zijn 15e jaar mee als muzikant. Vooral deze benoeming was de oorzaak dat hij in 1960 naar het conservatorium in Utrecht ging. Na vier jaar kreeg hij het fel begeerde diploma “Harmonie- en fanfaredirectie”.

Frits Bode was de achtste dirigent van Valerius, nadat er diverse moeilijkheden waren geweest met zijn voorgangers, onder andere door de geïsoleerde ligging van Urk en het feit dat de gezelligheidsfactor bij Valerius altijd een grote rol speelde. Sommige dirigenten hebben zich daar wel eens op stuk gebeten. Geen dissonant vermocht de Valeriusharmonie verstoren. Dit ging wel eens ten koste van de muzikale kwaliteit, maar dat werd voor lief genomen. 

Onder leiding van Frits Bode oogstte Valerius veel succes. Men trad twee keer op in de Rotterdamse Doelen, maakte een LP en ook was men enkele keren op de televisie te zien.

Vanaf 1987 fungeerde Klaas de Jong uit Emmeloord als tweede dirigent. Hij viel voor Bode in als die verhinderd was.

Toen op 2 juni 1990, op 64-jarige leeftijd, plotseling Frits Bode overleed, nadat hij twee dagen daarvoor was getroffen door een hartinfarct was Valerius geschokt. Zesendertig jaar lang was Frits Bode het gezicht geweest van Valerius.

Even dreigde Valerius in een diep gat te vallen. Maar men besloot door te gaan en Klaas de Jong te vragen om vaste dirigent te worden. Gelukkig nam hij dit aanbod aan. Onder diens leiding is Valerius in muzikaal opzicht alleen maar gegroeid. Ook Klaas de Jong’s muzikale streven kwam met name in het begin wel eens in botsing met de gezelligheidsfactor van Valerius. Toch zette hij door en wist Valerius gedurende 16 jaar naar een hoger muzikaal niveau te brengen en de jeugdopleiding gestalte te geven. Klaas was ook de initiatiefnemer voor het eerste jeugdorkest. 

Klaas de Jong werd in 2006 opgevolgd door Egbert Scheffer. Onder zijn leiding gedurende tien jaar is de koers van de band veranderd. Doordat hij ook kapelmeester bij het Leger des Heils was, ging Valerius meer inhoud geven aan het “Christelijke” wat voor de naam van de vereniging staat.  Nog meer dan voorheen speelde de band muziek ‘met een boodschap’. Dat betekende zeer zeker niet dat de band alleen nog geestelijke muziek speelde. De bekende ‘Night of the Bult’s’ getuigen daarvan, maar ook ‘muziek met een boodschap’ kan swingen. 
Egbert Scheffer was tevens vele jaren docent bij de eigen muziekopleiding van Valerius. Vele jonge en oude muzikanten wist hij enthousiast te maken voor de blaasmuziek en op te leiden tot de hoogste diploma's. Ook op andere manieren, o.a. sponsorwerving, heeft Scheffer zich enorm ingezet en is heel waardevol voor de vereniging geweest. 

Eind 2016 werd afscheid genomen van Egbert Scheffer en ging Valerius op zoek naar een nieuwe dirigent voor het A-orkest. Er waren diverse gegadigden en een drietal werd uitgenodigd voor een proefdirectie. De keuze viel op Chris te Hennepe uit Steenwijk. In maart 2017 begon Chris, een echte brassbandman, bij Valerius en werd enthousiast ontvangen. 

Het ‘moderne’ Valerius

Valerius staat nog steeds midden in de Urker samenleving. Nimmer is het muzikale peil zo hoog geweest als nu en die stijgende lijn gaat voort. De muzikanten worden goed opgeleid en het aantal met een muziekdiploma D, het hoogst haalbare voor een amateur, stijgt. Dit is goed te horen aan de muziek die een steeds groter worden moeilijkheidsgraad heeft. Het vergt wel veel studie, maar de muzikanten zijn erg gemotiveerd. Daarnaast is musiceren niet de enige bezigheid van Valerius. De sociale functie en de gezelligheid nemen een minstens zo belangrijke plaats in en zorgen voor een hele goede sfeer in de vereniging. 

klik om foto te vergroten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Laatste nieuws
Momenteel geen items beschikbaar.
Info

Chr. Brassband Valerius

(her)opgericht op 13 mei 1937
KvK V656686
Slenk 1 e
8321 LD Urk
06-24218507

info@brassbandvalerius.nl
www.brassbandvalerius.nl